• 'Je hebt niets aan ongebruikte speelplekken'12.12.2014

    Jaarlijks pompen gemeenten miljoenen in de aanleg en het beheer van kleine groene ruimten en speelplekken, maar is dat wel nodig? ‘Soms wordt volgens schema een speelplek gerenoveerd, terwijl de speeltoestellen al weken niet zijn gebruikt’, stelt Frits van den Berg van de GGD Amsterdam. ‘Wij ontwikkelen tools om het gebruik te monitoren en te verbeteren.’

    De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven en Zwolle ontwikkelden met hun GGD’s én in samenwerking met Hogeschool Rotterdam en Windesheim, instrumenten om het gebruik van speelplekken te monitoren en te verbeteren.

    Gezondheidseffect
    Frits van den Berg: ‘De laatste jaren waren verschillende gemeenten al bezig met de vraag hoe we meer inzicht in het gebruik van speelplekken en kleine groene ruimten krijgen, zodat we ons beperkte budget zo goed mogelijk kunnen inzetten. Bij deze plekken is de aandacht van gemeenten meestal gericht op de inrichting en op de financiële kant van de aanleg en het beheer. Vanuit de GGD zijn wij geïnteresseerd in het gezondheidseffect van deze ruimten. Genieten mensen van het groen en spelen de kinderen ook daadwerkelijk op de speelplekken?

    Buiten is de ideale vorm
    ‘Als kind is spelen van levensbelang. Dit kan natuurlijk binnen, maar buiten is toch wel de ideale vorm van spelen. Het is aan de ene kant spannend om de buurt te ontdekken, maar speelplekken in het bijzonder stimuleren ook nog eens de beweging en de sociale interactie’, vertelt Van den Berg. ‘Kleine openbare ruimten, meer gericht op de volwassenen, bieden in principe dezelfde voordelen als speelplekken; je kunt er ontmoeten, ontspannen en bewegen. Deze effecten hebben een positieve invloed op de gezondheid en moeten in onze ogen dan ook zwaarder wegen dan de inrichting.’

    Ontwikkeling van de tools
    Van den Berg gaat verder: ‘Om die gezonde effecten te bereiken, moeten de inwoners de plekken natuurlijk niet links laten liggen of juist voor andere zaken gebruiken dan waarvoor ze bedoeld zijn. Denk bijvoorbeeld aan al die plekken die onbedoeld als hang- of dealplek gebruikt worden. Als dat het geval is, dan is er blijkbaar iets mis. We merkten dat dit vaker het geval is dan gemeenten willen en weten. Vanuit dat inzicht kwamen we in contact met gemeenten en GGD’s die met dezelfde ideeën liepen. Dit was een paar jaar geleden. Binnen een korte tijd zijn we daarna met de vier gemeenten, hun GGD’s en de twee hogescholen aan de slag gegaan met de ontwikkeling van de tools voor kleine groene ruimten en speelplekken.’

    Lees hier het volledige artikel (afkomstig uit magazine Vitale Groene Stad

    « ga terug