• 'Groene product gaat een heel belangrijke oplossing voor de klimaatverandering worden' 14.09.2017

    Sinds 1 januari van dit jaar is Harte Hartlief een van de nieuwe eigenaren van Eco Consult. Harte bekleedde hiervoor diverse functies bij meerdere gemeenten en adviesbureaus in Nederland. Vanwege zijn ruime ervaring in het beheer, klimaatadaptatie, beleid, participatie en communicatie van de openbare ruimte zijn we benieuwd naar zijn visie over het openbaar groen.

    Het interview met Harte Hartlief staat in het septembernummer van
    vakblad Groen.

    Hoe verhoudt het groen zich tot de disciplines rood, grijs en water in de stedenbouwkundige ontwikkeling?
    ‘In mijn ogen is de positie van het groen nog te minimaal. Groen zou wat mij betreft leidend dienen te zijn. Het is heel simpel: zonder groen is er immers geen leven in de stad. Niet voor niets riep de Gezondheidsraad afgelopen juni op om meer groen in de Randstad aan te planten. Niet vanuit de schoonheid, maar puur vanuit noodzaak als het gaat om de positieve gezondheidseffecten die het heeft op de inwoners alsmede op de veiligheid.’

    Wat bedoel je met dat laatste?
    ‘We kunnen veel met technische maatregelen oplossen en dat is ook broodnodig in een niet-natuurlijke omgeving, zoals de stad. Denk bijvoorbeeld aan riolering en infrastructuur. Wat we echter niet met deze maatregelen kunnen bereiken, is dat de leefbaarheid toeneemt voor mens en dier en daar hebben we het groen voor nodig. Ergens weten we dit allemaal, maar ik denk soms dat we te ver van de natuur zijn komen te staan.’

    Hoe kunnen we hier verandering in aanbrengen en wat is de rol van de groensector?
    ‘We ontkomen er niet meer aan om integraal te gaan ontwikkelen. De behoefte is er en hier wordt ook al jaren over gesproken, maar de praktijk is weerbarstiger. Er wordt nog te weinig vanaf de tekentafel samengewerkt. In mijn optiek zijn de ‘groenmensen’ te bescheiden. De groene vakdeskundigen moeten zich meer roeren in de discussies en laten zien dat we niet meer om het groen heen kunnen. Daarom ben ik ook verheugd als ik bijvoorbeeld een bericht van de Gezondheidsraad lees waarin hij oproept voor meer groen. Wanneer andere spelers de noodzaak daartoe onder de aandacht brengen, dringt de boodschap beter door dan wanneer alleen wij, groene mensen, dit doen.’

    U zegt dat er nog weinig integraal wordt gebouwd. Kunt u dit aan de hand van voorbeelden toelichten?
    ‘Voor mijn werk reis ik door het hele land en wat ik zie is dat er bij nieuwbouw, ook vandaag de dag, nog te veel stenen worden gestapeld op een zo’n klein mogelijke oppervlakte en dat er weinig tot geen rekening met de buitenomgeving wordt gehouden. Ik verbaas me hierover. We staan voor grote uitdagingen als het gaat om het leefbaar houden van onze woonomgeving. Hoe dit dan toch kan gebeuren? Allereerst hebben we te maken gehad met een economische crisis die de bouwsector enorm heeft getroffen. Nu we weer uit de crisis komen, zie je dat de vraag naar woningen – zeker in de grote steden – enorm toeneemt. Veelal worden de oude plannen van de projectontwikkelaars uit de kast gehaald en gaat men op de oude voet verder. Een gemiste kans als je het mij vraagt. Zie de woonwijk in Lent, gelegen aan de N325. Deze woningen aan de straatkant kennen geen voortuinen, er staan geen bomen voor de huizen en liggen aan een drukke tweebaansweg. Daar is het nu al snikheet tijdens warme dagen want de zon staat voor een groot gedeelte van de dag op deze woningen te schijnen. Hier wil je toch niet wonen? Waarom is dit zo ontwikkeld? Juist het groen kon hier hét verschil maken. We ontkomen er niet aan om te anticiperen op de toekomst en daarmee doel ik op de verandering van het klimaat. Klimaatadaptief ontwikkelen is een vereiste, want hoe je het ook wendt of keert, we krijgen een klimaat met meer extremen.’

    Welke invloed gaat de Omgevingswet hierop hebben?
    ‘De Omgevingswet en Wet natuurbescherming zijn leidend in wat er wel en niet ontwikkeld mag worden. Het goede aan beide wetten is dat hier alles bij elkaar komt en dat integrale samenwerking een vereiste is. Alle partijen die bij de nieuwbouw of renovatie zijn betrokken, van overheid, projectontwikkelaar en corporaties, moeten namelijk aan beide wetten voldoen. Is dat niet het geval dan kan er geen doorgang plaatsvinden. Positieve ontwikkeling. We mogen trots op deze wetten zijn.’

    Nu we weten dat groen noodzakelijk is voor de leefbaarheid, blijft toch de vraag waarom wordt het nog te weinig opgenomen in de planvorming?
    ‘Heel simpel en daarmee treffend gezegd: men dempt pas de put als het kalf is verdronken. Het moet eerst fout gaan, willen we in actie komen. Zie als voorbeeld de wolkbreuk in 2011 in Kopenhagen. Nu men daar de nadelige gevolgen heeft ervaren, wordt daar voor miljoenen geïnvesteerd om de schades van extreme neerslag in de toekomst te voorkomen.’

    Zijn er ook positieve ontwikkelingen te benoemen van bouwprojecten in Nederland?
    ‘Gelukkig wel en ook heel goede. Laten we deze vooral als inspiratie noemen. Voorbeeld is Leidsche Rijn, Vinex-wijk bij Utrecht. Deze nieuwbouwwijk is anders ingericht. Hier is ruimte en er zijn grote parken aangelegd. Deze groene buffers hebben we nodig voor het tegengaan van hittestress, voor opvang van regenwater om overlast te voorkomen en om water op te vangen voor droge perioden. Daarnaast zijn deze groene buffers goed voor het welzijn van bewoners.’

    Zijn burgers ook bereid om meer geld op tafel te leggen om daar te kunnen wonen?
    ‘Nogmaals, we moeten af van het idee om zoveel mogelijk woningen per vierkante meter uit de grond te willen stampen. Enerzijds omdat dit niet meer verantwoord is en anderzijds vraag ik me af of de kosten van het integraal bouwen zo veel hoger zijn. Ik ben ervan overtuigd dat als je in aanvang bij de ontwikkeling van een project rekening houdt met de wensen van de bewoners en met de weerextremen, je aan het einde van de rit niet duurder uit bent. Wat ook meespeelt is dat de bewoners het niet meer gaan accepteren als het misgaat en er water in hun woonkamer staat. De overheid krijgt dan het verwijt dat er niet is nagedacht en de schadeverzekeraar betaalt wellicht één keer de schade, maar als dit zich herhaalt, geeft ook hij aan dat de omgeving aangepast dient te worden. Daarnaast is het ook zo dat wanneer een projectontwikkelaar een klimaatadaptieve wijk realiseert, hij dit optimaal kan inzetten voor zijn pr en marketing. Hij kan hiermee scoren waardoor het ook beter verkoopt; robuust groen en meer biodiversiteit is naar mijn mening de toekomst voor de steden en het platteland.’

    Het gaat natuurlijk niet alleen om nieuwbouw, maar toch ook om renovatieprojecten?
    ‘Uiteraard. Mijn visie daarop is, speel met water en groen. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van wadi’s in middenbermen, leg groene gevels aan in verdichte straten en leg groene daken aan waar het kan. Bijvoorbeeld op parkeergarages. Iedereen kent het Vrijthof. Groot versteend plein in het centrum van Maastricht met daaronder een gigantische parkeergarage. Als het 30 graden is, is het daar op dat plein zomaar 10 graden warmer. Waarom wordt er niet naar groenblauwe oplossingen gekeken die het plein net iets meer leefbaar kunnen maken? Ik wil niet zeggen dat het een makkelijke opgave is, omdat je ook met andere economische belangen te maken hebt, maar het is zeker niet onmogelijk.’

    We hebben het in dit vraaggesprek voornamelijk over de rol van projectontwikkelaars. Wat is de rol van de gemeenten in dezen?
    ‘De gemeente heeft het laatste woord. Uit mijn ervaring als ambtenaar bij de gemeente Weesp en Almere weet ik dat de gemeente leidend is. Met een krachtig bestuur, ambtenaren met kennis van zaken en samen met de projectontwikkelaar kunnen de meest innovatie, integrale en duurzame wijken worden gerealiseerd. En dit geldt ongeacht de grootte van de gemeente. Mijn oproep aan gemeenten is dan ook: pak deze handschoen op.’

    Wat dat betreft kunnen we veel leren van de Zuid-Europese steden als Madrid en Barcelona?
    ‘Absoluut! Deze steden maken gebruik van de natuurlijke elementen. Niet alleen van groen en blauw maar ook van bijvoorbeeld de windrichting. Zie bijvoorbeeld hoe de frisse zeewind het centrum van Barcelona verkoelt. Je kunt evengoed het gebied volbouwen, maar houd bij de ontwikkeling rekening met de natuurlijke factoren. Kost niets extra’s en levert veel op!’

    Wordt het assortiment van bomen en planten anders nu we te maken hebben met een ander klimaat?
    ‘Ja, en dat gebeurt ook al nu de klimaatzone opschuift. Denk aan kurkeik, notenboom, druiven en vijgenbomen. Bomen en struiken die van oorsprong helemaal niet in ons klimaat voorkomen en waarvan sommigen destijds door de Romeinen al in ons land zijn geïntroduceerd. Door deze ontwikkeling vraag ik me af of we exoten moeten uitroeien. We hebben als voorbeeld jarenlang de vogelkers bestreden. Is dat noodzakelijk en überhaupt haalbaar? Je kunt er ook voor kiezen om exoten te adopteren.

    De keerzijde van de hogere temperaturen waarmee we te maken hebben, zijn ziekten en plagen. Denk aan de eikenprocessierups. Ook deze rups veroorzaakt veel gezondheidsproblemen bij mensen. Doordat er onvoldoende ecologische verbanden zijn in de bebouwde omgeving zie je bijvoorbeeld dat er minder vogels zijn die deze rupsen kunnen bestrijden. Ik blijf er dan ook op hameren dat een gezonde bodem – die zowel boven- als ondergronds een goede biodiversiteit kent en die bestaat uit een maximale variatie in beplanting – noodzakelijk is voor het juiste ecosysteem. Dan kun je op den duur deels ziekten en plagen voorkomen. De ecologische bermen zijn wat mij betreft een goed voorbeeld van hoe je dit kunt realiseren. Deze zijn ooit ontstaan als een bezuinigingsmaatregel, maar laten zien dat het goedkoper is qua beheer en daarnaast veel mooier. En bovenal draagt het bij aan een noodzakelijke en robuuste biodiversiteit.’

    We hebben heel wat onderwerpen in dit interview de revue laten passeren. Heb je nog tips voor de groene vakmensen?
    ‘De vakmensen uit onze sector wil ik vooral op het hart drukken dat het groene product een heel belangrijke oplossing voor de klimaatverandering gaat worden. Bespreek dit met bestuurders en collega-ambtenaren die bij de ruimtelijke ontwikkeling zijn betrokken. Een tip die ik wil meegeven is: blijf bij de les en blijf je verrijken met nieuwe kennis. Bezoek congressen, masterclasses en dergelijke op om de hoogte te worden gebracht van nieuwe inzichten vanuit de wetenschap en ervaringen van andere gemeenten. Jonge mensen die van de opleidingen afkomen beschikken over deze nieuwe inzichten, geef hen de kans om mee te denken.’

    Tekst: Roel van Dijk
    Foto: Eco Consult

    « ga terug